U bevindt zich op: Home › Begrippenlijst › N
De nauwkeurigheid geeft aan hoe (on)nauwkeurig de resultaten zijn, of beter gezegd welke marge we hanteren bij de interpretatie van de onderzoeksuitkomst. In dit kader wordt daarom vaak de term ‘nauwkeurigheidsmarge’ gebruikt. Een marge van 10% geeft aan, dat bij de interpretatie van de onderzoeksuitkomst een (on)nauwkeurigheid van 10% moet worden gehanteerd.
Concreet: indien de onderzoeksuitkomst van onze steekproef aangeeft, dat 50% van de doelgroep het met een stelling eens is, ligt dit percentage in werkelijkheid 10% boven of 10% onder deze 50%, ofwel tussen de 40% en 60%.
De grote van de nauwkeurigheidsmarge is afhankelijk van de grote van de steekproef. De stelregel is: hoe groter de steekproef hoe kleiner de (on)nauwkeurigheidsmarge en hoe nauwkeuriger de resultaten. Resultaten gebaseerd op 1000 mensen zijn nauwkeuriger dan resultaten gebaseerd op 100 mensen. De reden hiervoor is dat eventuele ‘uitschieters en extremen’ in een totaal aantal van 1000 interviews worden uitgemiddeld over een veel grotere groep dan in het geval van 100 interviews. Bij een zeer kleine steekproef kunnen de resultaten dan ook sterk vertekend worden door extremen.
In de tabel is per steekproefgrootte de nauwkeurigheid weergegeven, waarbij is uitgegaan van een betrouwbaarheid (ofwel zekerheid) van 95%.
Uit deze tabel blijkt dat bij een toename van de steekproefgrootte, de nauwkeurigheid niet rechtevenredig toeneemt. De kosten van het onderzoek stijgen echter rechtevenredig. Daarom wordt bij het bepalen van een steekproef altijd een afweging gemaakt tussen de gewenste nauwkeurigheid en het beschikbare onderzoeksbudget.